Als ambassadeur van het programma nationale infrastructuur voor digital twins fysieke leefomgeving was Provincie Utrecht op 5 juli 2022 gastheer van een bijeenkomst. In dit artikel vind je een terugkoppeling van de verschillende plenaire presentaties. Het is een ‘long read’ geworden...

Welkom bij de provincie Utrecht


Huib van Essen, Gedeputeerde Ruimtelijke ordening, Omgevingsvisie, Energie en Klimaat bij de Provincie, heette de deelnemers welkom in een videoboodschap. In zijn portefeuille komen diverse grote uitdagingen bij elkaar. Duurzame mobiliteit, waterberging, groen, betaalbare woningen, energietransitie: alles moet een plekje krijgen in de provincie. Maar hoe gaat dit er straks uit zien buiten? Digital twins kunnen daarbij helpen.

De provincie Utrecht verkent de potentie in digital twins in verschillende ruimtelijke opgaven. Op 5 juli deelden zij hun ervaringen. Huib van Essen ziet potentie in digital twins. Hij daagde de aanwezigen uit om de mogelijkheden van digital twins voor overheden verder uit te dragen. Èn om technische en organisatorische uitdagingen rond het maken, gebruiken en inzetten van digital twins op te lossen zodat  digital twins breed en doeltreffend inzetbaar worden.


Werkplaats nationaal stelsel digital twins

Om de mogelijkheden van digital twinning te kunnen benutten, is het belangrijk dat er op bestuurlijk niveau breder aandacht komt voor data gedreven werken.

Jan van Ginkel, concerndirecteur en loco-provinciesecretaris van Zuid-Holland èn ambassadeur van het programma voor een nationale infrastructuur voor digital twins, opende de bijeenkomst van Wijs met Locatie op 5 juli met een oproep om niet alleen naar technische onderwerpen te kijken, maar ook te kijken naar wat bestuurlijk gezien interessant is aan digital twins.

Denken in risico’s

Als het gaat om digitalisering, wordt de aandacht al snel gekaapt door hoe we misbruik van – meestal persoonlijke – data kunnen voorkomen. Discussie over de mógelijkheden die data bieden, wordt daardoor veel minder gevoerd. En dat terwijl we voor uitdagingen staan die we zonder analyse van heel veel data niet goed kunnen oppakken. Je moet weten waar je het over het hebt. Ook als opdrachtgever. Want zijn je data niet op orde, dan ben je geen volwaardige gesprekspartner.

Concentratie op de m2

Heel veel opgaven waar we nu voor staan, komen bij elkaar op de vierkante meter. Voor Jan van Ginkel is een digitale kopie van de omgeving om vraagstukken integraal te kunnen bekijken en beproeven dan ook eerder een ‘must’ dan een vraagteken. En wat moet zo’n digital twin dan kunnen? In elk geval visualiseren en simuleren. En van daaruit participatie ondersteunen.

Gezamenlijk richting bepalen

Liever dan keuzes voorschrijven, ga je samen met belanghebbenden de mogelijkheden verkennen en bepaal je op basis daarvan een richting. Digital twins kunnen zo’n proces goed ondersteunen. Maar om voldoende op een digital twin te kunnen vertrouwen, is transparantie van tooling en infrastructuur nodig. Dat is waar het programma voor de nationale infrastructuur voor digital twins zich op richt. Het draait om samenwerken, om kennis delen, een onderliggende infrastructuur te bieden, standaarden af te spreken, om een bibliotheek van digital twin componenten op te leveren èn dus ook om het werken aan het bestuurlijke narratief rond digital twins.

 

decoratief


Digital twins voor gezond stedelijk leven

Het aangaan van uitdagingen begint met het signaleren ervan. Hanneke Zijtveld (Kennishub GSL), Luc de Horde (provincie Utrecht) en Joyce Zwartkruis (RIVM) werken aan een digital twin voor gezond stedelijk leven.

Als de woon- en werkomgeving gezonder is, kunnen de gebruikers ervan gezondheidswinst boeken. In de Data- en Kennishub Gezond Stedelijk Leven wordt kennis verzameld over welke ontwerpprincipes wel en niet werken. Hiervoor worden verschillende tools getest in living labs en worden interventies gemonitord en geëvalueerd. Zo wordt er een kennishub opgebouwd met slimme monitoring, een FAIR datapunt, integrale afwegingskaders en nu ook een digital twin.

Hebben we het over hetzelfde?

Om inzicht te krijgen in de effecten van verschillende alternatieven, maatregelen of prioriteiten is harmonisatie nodig. Want wat is zware regenval? Is dit hetzelfde in Groningen als in Utrecht? Er zijn diverse gestandaardiseerde modellen in gebruik. Maar er zijn ook veel niet gestandaardiseerde modellen in gebruik. Voor de digital twin voor gezond stedelijk leven zijn indicatoren opgesteld. Deze zijn gedefinieerd en van een waarde voorzien.

Luc de Horde liet in een live demo zien hoe dat werkt in een digital twin. In een gebied waar een woonwijk wordt gepland kan hij verschillende woningdichtheden plotten op het gebied. Op basis van de parameters van de omgeving maakt het model een berekening en toont de uitkomsten in een dashboard. Dit helpt je om het gesprek te kunnen voeren over welke keuzes het meest optimaal uitpakken. Belangrijk daarbij is dat je het eens bent over de definities van de indicatoren. Anders vergelijk je appels met peren. Hetzelfde geldt voor de rekenmodellen.

Een digital twin spreekt niet voor zich

Een zo’n rekenmodel is de Groene batenplanner van het RIVM. Met hulp van Esri en Tygron is de groene batenplanner geschikt gemaakt voor gebruik in digital twins. Bij het presenteren van de uitkomsten aan een stuurgroep, kwam duidelijk naar voren dat je heel transparant moet zijn over wat je laat zien. De output die uit de combinatie van de groene batenplanner met een digital twin komt is nog best complex. Je moet het echt nader toelichten.

Hond uitlaten

Stedenbouwers zouden het liefst direct ontwerpen in een omgeving waarin je direct verschillende opties kunt doorrekenen. Maar dat is nog niet mogelijk. Iemand van het Planbureau Leefomgeving die in het publiek zat, maakte ook de terechte opmerking dat een model niet minder, maar ook niet meer is dan een model. Als je dit in ontwerptooling gaat gebruiken: wat ga je dan allemaal doorrekenen. Hoe ga je uiteindelijk beslissen? En ook zeer belangrijk: hoe maak je dit bespreekbaar met burgers? Om een goed gesprek te voeren, moet de vraagstelling heel scherp zijn.

Daarbij komt dat vraagstukken als een gezonde leefomgeving meestal niet de prioriteit hebben in de mindset van burgers als het gaat om een nieuwe woonwijk. Het gaat toch eerst over de mogelijkheden om te parkeren en de hond uit te laten. Het aansluiten bij die verschillende belevingswerelden is daarom zeker ook een uitdaging die bij het werken met digital twins komt kijken.

Meer informatie

https://gezondstedelijklevenhub.nl/innovatie/innovatielijnen/digital-twin.html

 

decoratief

Screenshot Utrecht 3D met zonnestand en ondergrondviewer

Werken aan een digital twin voor alle Nederlandse gemeenten

Om het maken van een digital twin voor iedereen bereikbaar te maken, zijn de gemeenten Amsterdam en Utrecht een samenwerking gestart. Onlangs is ook gemeente Rotterdam hierbij aangeschoven.

Zij combineren een gaming platform met onder meer basisregistraties en bieden dit aan in combinatie met een aantal analyse tools en rekenmodellen van verschillende bedrijven. De ambitie is om de digital twin tooling zowel financieel als functioneel zo toegankelijk te maken dat ook kleine gemeenten eenvoudig een digital twin kunnen maken. Daarvoor moeten de wereld van fotografie, geo, ontwerp en gaming bij elkaar komen. Dit vraagt om standaardisatie.

Mijn gemeente ‘as is’

Arjan Koelewijn van de gemeente Utrecht presenteerde en demonstreerde de omgeving. Er zijn al beschrijvingen gemaakt van hoe je de omgeving zelf kunt opzetten voor jouw gebied. Deze beschrijvingen worden aan de hand van workshops verder verbeterd.

Via een soort keuzemenu kan je ook al een aantal rekenmodellen downloaden om deze in jouw eigen ‘twin’ te gebruiken. Met PDOK wordt nu gesproken over de mogelijkheid om een ‘3D-straat’ te ontwikkelen. Hierin kan iedereen dan afgestemde, gevalideerde 3D data vinden en ophalen. Al loop je daarbij wel aan tegen afspraken over de actualiteit van basisregistraties. De BGT kent bijvoorbeeld een validatieperiode van 6 maanden. Dat is eigenlijk veel te lang voor het maken van een goed ‘as is’ beeld van je gemeente.

Anders denken en werken

Uiteindelijk zal het breed inzetten van een digital twin dan ook meer gaan inhouden dan ‘slechts’ het zijn van een handig hulpmiddel. Het vraagt om een andere manier van werken en denken. Als wij die wereld ‘as is’ willen kunnen tonen, zullen we onze basisgegevens goed actueel moeten houden en vrijwel direct beschikbaar kunnen stellen. ‘We leven in een 3D-wereld’, zei Arjan Koelewijn van gemeente Utrecht. ‘Als wij iets in die wereld willen aanpassen, moeten wij ook nog veel meer dan nu 3D gaan denken en werken.’

Zie ook https://3d.amsterdam.nl/  en https://3d.utrecht.nl/app 

 

Code voor goed digitaal openbaar bestuur


Digitalisering biedt ons nieuwe mogelijkheden en stelt ons daarmee ook voor nieuwe uitdagingen. Wat vinden wij belangrijk om te weten? En wat is er voor nodig om vertrouwen te kunnen stellen in digitale producten?

Albert Meijer van de Universiteit van Utrecht nam ons mee in het belang van de verankering van publieke waarden in digitale producten.

Vertrouwen

De Toeslagenaffaire heeft een stevige deuk geslagen in het vertrouwen in de overheid. Een digitale representatie van de wereld werd te gemakkelijk als referentie genomen voor het nemen van besluiten in de echte wereld. Met grote gevolgen voor de betrokkenen. Een digitale representatie van de werkelijkheid is niet hetzelfde als de werkelijkheid. In wezen moet je elke digitale representatie beschouwen een kansberekening, een schets, een denkrichting. Het vraagt altijd nader onderzoek en uitleg. En dit geldt eigenlijk niet alleen voor een digitale representatie van de werkelijkheid maar voor ook voor alle digitale middelen die gebruikt zijn om de representatie te maken.

In belang van de samenleving

Om digitale representaties verantwoord in te kunnen zetten, is het belangrijk om stil te staan bij publieke waarden: wat vinden wij als samenleving van belang? Neem als voorbeeld omgevingsbeleid. Wij vinden het belangrijk dat iedereen inspraak kan hebben op ruimtelijke ontwikkelingen. Stel dat je een plan voorlegt voor inspraak in de vorm van een digital twin. In hoeverre ontstaat er dan vervreemding van de werkelijkheid? Hoe open is het participatieproces bij een digitale ter inzage legging? Hoe digitaal vaardig moet je zijn om te kunnen reageren? Is iedereen dat wel? Hoe transparant is het totstandkomingsproces?

Waar begin je?

‘Eerlijke’ digitalisering vraagt om allereerst om commitment vanuit de top van een organisatie. De top moet sturen op publieke waarden in digitale processen en producten. In de uitvoering moet er handen en voeten aan worden gegeven door bewuste afwegingen te maken die je kunt verantwoorden. Maar waar begin je dan?

schematische weergave van publieke waarden en onderliggende thema's

Wie de literatuur in duikt, stuit op een scala aan publieke waarden. Het zijn er zoveel dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Om uit het woud aan publieke waarden, toch hout te kunnen snijden, heeft de Universiteit van Utrecht de verschillende waarden geanalyseerd en is daarbij op 3 fundamentele uitgangspunten uitgekomen:

  • Democratie
  • Rechtstaat
  • Bestuurskracht

Deze zijn vastgelegd in de Code voor goed digitaal openbaar bestuur.

Onder deze drie uitgangspunten zijn zes principes gerangschikt waaronder in totaal 30 waarden hun plek vinden. Om hier in de praktijk mee aan de slag te kunnen gaan, is een workshopformat ontwikkeld. In 5 stappen help je deelnemers om concreet toepasbare acties te identificeren voor goed digitaal bestuur. Daarbij gaat het niet alleen over de vraag hóe je iets gaat doen, maar ook over óf je iets gaat doen.

De Universiteit Utrecht gaat dit workshopformat online beschikbaar stellen. Meer informatie lees je op de website van Universiteit Utrecht


Wat leeft er?

Tijdens de Wijs met Locatie sessie op 5 juli in Utrecht inventariseerden we welke onderwerpen er leven onder de deelnemers. Onderstaande issues zijn het meest genoemd.

We lopen aan tegen een kloof tussen opgave en data/techniek. Hoe slaan we de brug tussen beide werelden met verschillende stakeholders?

  • Met welk narratief kunnen we management en bestuur meer betrekken?

Bij de opbouw van digital twins wordt vaak gebruik gemaakt van dezelfde basisdata, en van themaspecifieke hulpmiddelen (data, rekenmodellen). Niettemin kost het relatief veel tijd om een digital twin op te bouwen.

  • Kunnen we komen tot een shortlist van datasets voor een specifieke opgave (opgaveprofiel) als hulp in de huishouding.

En in het verlengde hiervan:Hoe start ik de opbouw van mijn digital twin?

  • Kunnen we komen tot een praktisch startpakket?

Wil jij je hard maken voor het oplossen van deze issues? Dan horen wij het graag! Je kunt hiervoor een e-mail sturen naar Jan Bruijn. Wanneer er voldoende animo is voor een onderwerp, zorgen wij voor ondersteuning van de activiteiten. Denk aan het beschikbaar stellen van werkruimte, verdere relaties leggen binnen ons netwerk en het bieden van een platform (website/bijeenkomsten) voor het delen van behaalde (tussen-) resultaten.